De laatste drie weken heb ik heel wat tijd doorgebracht in Guarayos. CIPCA bereidt namelijk een groot onderzoek voor naar de inkomens van de boeren- en indianenfamilies waar we mee werken en ik ben de verantwoordelijke voor dit onderzoek in het kantoor in Santa Cruz.
Concreet betekent dit dat ik mee heb gewerkt aan het ontwerp van het enquêteformulier voor het onderzoek en de voorbereidingen heb gedaan voor het veldwerk in Guarayos, waar CIPCA Santa Cruz zijn werkterrein heeft.
Volgende week krijgen de mensen die de enquêtes gaan afnemen een vorming (ik zal fungeren als supervisor van de kleine enquête-equipe) en de week daarop beginnen de enquêtes. Die zullen zo’n twee weken duren.
De voorbije dagen ben ik druk in de weer geweest met het rondbrengen van uitnodigingen aan de families die we gaan enqueteren. Guarayos is behoorlijk groot (de provincie is groter dan België) en ik heb dus heel wat kilometers achter de rug: 1.500 (inclusief de 300 kilometer heen en terug van en naar Santa Cruz) in tweeëneenhalve dag, waarvan het merendeel achter het stuur van een Toyota Landcruiser Jeep.

Guarayos is een mooi gebied, met heel wat bossen rijk aan biodiversiteit (getuige daarvan de carachupa hierboven, een nachtelijk buideldier, die ik kon vastleggen op de gevoelige plaat in het huis dat CIPCA huurt in Ascensión de Guarayos) en, op het eerste gezicht, idyllische dorpjes van de Guarayos-indianen. Maar als je Guarayos wat beter leert kennen, stoot je op illegale houtkap, grootschalige ontbossing, sociale conflicten rond grondeigendommen en zware corruptie.
Als bosbouwer zijn het vooral de ontbossing die me tegen de borst stuiten. Langs de grote weg Santa Cruz - Trinidad, die door Ascensión loopt, vind je uitgestrekte weides en rijst- en zonnebloemakkers die tot voor kort nog onder bos lagen. Ontwikkeling heet dat dan, maar het zijn de grootgrondbezitters uit de streek die de grote winsten opstrijken. De lonen die deze eigenaars betalen aan hun lokaal personeel dat nagenoeg al het werk doet is karig (3 euro per dag kan al behoorlijk genoemd worden) en dikwijls zijn deze mensen dagen of weken van huis en leven ze in zeer bescheiden condities.


Ook de houtpiraterij is een groot probleem. Er wordt gezegd dat Bolivia één van de beste boswetgevingen heeft ter wereld. Het grote probleem is dat er nagenoeg geen controle is en dat de corruptie welig tiert, ook binnen de Superintendencia Fortestal, de overheidsinstantie belast met het toezicht op het bosbeheer. Op de wegen in Ascensión kom je dan ook met de regelmaat van de klok vrachtwagens tegen, volgeladen met boomstammen. Dikwijls zijn deze vrachtwagens tot op draad versleten en zijn de boomstammen van een omvang in België onbekend. Omgekantelde houttransportwagens zijn dus ook helemaal niet onbekend.

Als gevolg van deze piraterij is bijvoorbeeld de Mara (mahonie) zo goed als verdwenen uit de bossen van Guarayos. Het hout is zo waardevol dat de piraten ook jonge bomen zijn beginnen kappen, zodat de natuurlijke verjonging van de soort in het gedrang is gekomen. Er zijn wel initiatieven om het bos duurzaam te beheren (Bolivia is het land met de grootste oppervlakte bos onder gecertificeerd beheer), maar de corruptie en het gebrek aan controle zorgt ervoor dat er enkel op papier sprake is van duurzaam bosbeheer.