Archive for the ‘Reis’ Category

Copacabana

Monday, May 14th, 2007

Dit weekend breidden we een dagje Copacabana aan een weekje werken in La Paz. Copacabana is een pelgrimsoord aan de oevers van het Titicacameer. Sara was er voor de derde keer, Maarten zag het meer voor het eerst. Enkele impressie’s…

Kathedraal van Copacabana

Baai van Copacabana 1

Saarmaart 2

Zonsondergang boven baai van Copacabana

Voor meer foto’s kan je zoals gewoonlijk terecht op onze fotostroom.

Top5: busreizen in Bolivia

Tuesday, May 1st, 2007

Bolivia is een groot land (zeker vergeleken met België) en als je niet de middelen hebt om het vliegtuig te nemen ben je voor het reizen tussen de Boliviaanse steden aangewezen op lange-afstandsbussen. Meestal zijn dit nachtbussen met behoorlijk wat ruimte om je zetel achterover te klappen: deze bussen worden ‘bus cama’ genoemd, wat letterlijk ‘bedbus’ betekent.

Vorige week reisde ik voor een paar dagen naar La Paz, een reis van 18 uur. In vogelvlucht is de afstand tussen de twee grootste Boliviaanse steden net geen 1.000 km, maar over de weg is dit nog een stuk langer (zie kaartje hieronder).

Santa Cruz - La Paz

Buiten de afstand en de reistijd zijn er nog heel wat factoren die zo’n reis niet zo aangenaam maken. Een Top5!

  1. Temperatuursverschillen: in Santa Cruz kan het echt heel warm worden. Tel daarbij nog een hoge luchtvochtigheid en alle condities voor een fijne zweetpartij zijn vervuld. Dus als je in Santa Cruz vertrekt voor een lange busrit wil je zo licht mogelijk gekleed zijn. Maar hogerop in de bergen begint het flink af te koelen en op de Altiplano is het simpelweg ijskoud. Mensen die hier niet aan denken en die hun dikke kleren in de bagageruimte hebben opgeborgen, komen dus voor problemen te staan. Omgekeerd, bij een vertrek in La Paz wil je je goed aankleden, maar moet je er rekening mee houden dat je de volgende morgen zal worden geconfronteerd met temperaturen boven de dertig graden en een luchtvochtigheid die alles plakkerig maakt.
  2. Stopplaatsen: ze zijn schaars, de hygiëne van het sanitair is meestal ondermaats en ten derde heeft, buiten het fruit, al het eten onderweg te koop net iets te lang in het vet gelegen. Zelfs voor Boliviaanse normen…
  3. Onboard entertainment: de films die onderweg op de bus worden getoond, zijn gekenmerkt door de volgende trefwoorden: Van Damme, Kung Fu, jaren ‘80, horror, gedubt. Meestal is de geluidskwaliteit ook ondermaats, maar als je geluk hebt is de geluidsinstallatie in zo’n slechte staat dat je er niets van hoort en gewoon kan slapen. Als je echt geluk hebt werkt ook de tv niet…
  4. Pannes: op lange busritten zijn pannes bijna niet te vermijden, al is het maar een gewone lekke band. Afhankelijk van de ernst van de panne, de plaats waar je in panne valt, het voorbijkomende transport en de kennis en anticipatie van de busbemanning duurt een panne van 15 minuten tot meerdere uren.
  5. Wegenkwaliteit: op het kaartje hierboven zijn de belangrijkste verkeersaders in Bolivia aangeduid, maar dit wil zeker niet zeggen dat deze wegen autostrades a la Belgique zijn: ik schat dat nog minstens de helft van de wegen op de kaart niet geasfalteerd zijn. Bovendien is de staat van de wegen sterk afhankelijk van het weer: met de regens van de voorbije maanden was de nieuwe weg tussen Santa Cruz en Cochabamba (de weg die de bus naar La paz gewoonlijk volgt, wat dikker aangeduid op de kaart) voor een paar weken afgesloten. Bovendien was de oude weg tussen beide steden ook af en toe niet toegankelijk, waardoor het oosten en het westen van het land soms volledig van elkaar waren afgesloten. Een ander voorbeeld van het effect van de neerslag op de wegen is dat het traject Trinidad-San Ignacio de Mojos (links van Trinidad op het kaartje, San Ignacio niet aangeduid) in het droge seizoen iets meer dan drie uur in beslag neemt, maar in het regenseizoen loopt dit op tot meer dan 24 uur.

De bananafamily

Wednesday, April 18th, 2007

De bananafamily te paard

Dit weekend zijn we met Jeroen en Liesbet naar de bananafamily geweest. De bananafamily is een Israelisch koppel, Dana en Tal, dat iets meer dan 3 jaar geleden in Bolivia aankwam en prompt een stuk grond in de bergen van Bermejo kocht, op een kleine twee uur rijden van Santa Cruz. Ze begonnen met zo goed als niets en hebben nu een leuk huisje, 2 hutjes voor gasten en twee schattige kinderen, Nem en Tuti.

Sara was met Jan VP al eens bij de bananafamily op bezoek geweest en we hadden al lang het plan om nog eens terug te gaan. Zaterdag namen we dus een taxi naar Bermejo en volgden daarna voor 3 kwartiertjes het paadje naar hun 10 hectare grote domein. Dat domein is een echt paradijsje: overal planten, fruitbomen, bloemen en vlinders, het water komt van een bronnetje, electriciteit van zonnepanelen en koken gebeurt op een houtfornuis. Maar om dat paradijsje te creëren en in stand te houden hebben Dana en Tal wel enorm hard moeten werken.

Maarten en Nem

Nem, hun zoontje, is een enorm opgewekt kereltje. Hij is 3, kan de ‘r’ nog niet goed laten rollen, maar spreekt al wel vlot Hebreeuws, Spaans en Engels. Hij nam ons de eerste dag mee naar de appelsienengaard van de buurman van de bananafamily, waar we vrij mochten plukken. De volgende dag stond hij al snel klaar om te vertrekken naar de ‘laguna’, een meertje in een oude vulkaankrater.

Na een stevige wandeling bereikten we het meertje. Aan de rand van het meer is een betonnen-blokkendoos-hotel opgetrokken, compleet met zwembad en golfterrein, maar na anderhalf jaar na de bouw is het nog steeds niet open wegens gebrek aan stromend water en electriciteit. Maar Tal en Dana kennen de oppasser die van de eigenaar een oogje in het zeil moet houden en dus konden we zonder problemen een duikje nemen in het zwembad en met een vlot wat dobberen op het meer. Meer foto’s vind je hier.

Vlot

’s Avonds namen we (voorlopig) afscheid van Jeroen en Liesbet die enkele dagen in Samaipata gingen verblijven alvorens vanuit Santa Cruz naar La Paz te vertrekken. We kregen van Dana en Tal nog een potje honing van hun eerste oogst vooraleer we terug naar Santa Cruz reisden, een prachtig en heerlijk kado.

De bananafamily is een prachtige familie op een prachtige lokatie. We hebben ons voorgenomen regelmatig terug op bezoek te gaan.

Parque Amboró

Thursday, April 12th, 2007

Riviertje

Het voorbije weekend was hier net als in België een lang weekend, maar in tegenstelling met België is Paasmaandag hier geen feestdag, maar wel Goede Vrijdag. We hebben samen met onze gasten Liesbet en Jeroen van de gelegenheid gebruik gemaakt om eindelijk eens het Nationaal Park Amboró te bezoeken.

Vroeger was het park meer dan 600.000 hectare groot (een vijfde van België), maar door toenemende kolonisatie aan de randen van het park is het beschermde gebied nu nog iets meer dan 400.000 hectare groot. Maar het blijft een uniek gebied met meer dan 500 soorten orchideeën, meer dan 700 soorten vogels, een honderdtal soorten eetbare vruchten en 120 soorten zoogdieren waaronder de enige berensoort van Zuid-Amerika, de gebrilde beer. En dan zwijgen we nog over de prachtige landschappen met bergen, bossen, rivieren, watervallen en alomtegenwoordige vlinders.

Sara en Limberg

Met ons jeepke, met vers gemonteerd rekje op het dak voor de bagage, tuften we naar Buena Vista, de toegangspoort van het noordelijk en laaggelegen deel van het park. Heel wat cruceños (inwoners van Santa Cruz) hadden hetzelfde idee waardoor het een hele opdracht was om een slaapplaats en een gids voor het park te vinden. Maar na wat rondgerij lukte het ons om een tourtje van twee dagen door het park te regelen.

Waterval

Voor een verslagje van die twee dagen verwijs ik naar de blog van Jeroen en Liesbet. En voor de rest laat ik de foto’s voor zichzelf spreken. Zowel de gids als wijzelf hadden de te wandelen afstand wat onderschat, maar het waren twee prachtige dagen. Ik denk dat parque Amboró nog wel wat bezoekjes van ons mag verwachten!

Tinnes afscheidswoorden

Tuesday, April 3rd, 2007

Dalai TinneNa trouw weekelijks deze Blog bezocht te hebben, werd het tijd om dit alles eens van dichtbij gade te slaan. Eerst toch ook even langs Brazilië passeren, waar ik mij op 3 weken tijd al een beetje het Zuid-Amerikaans leven eigen kon maken.

En op 1 februari was het dan zo ver; een live-versie van deze Blog met eigen zintuigen meemaken! Wat ik eerst op Belgische regendagen van achter mijn bureauke op het computerscherm zag, kon ik nu zelf meemaken en ervaren!
Nu 2 maanden later en heel wat wijsheden en indrukken verder, zit mijn verblijf er hier echter al op… Tijd dus voor een kleine evaluatie.

Intercultureel poserenMet een crême van een gastheer en gastvrouw kun je niet anders dan je meteen thuisvoelen! Al van de eerste dag was er een warm onthaal en tot de laatste moment heb ik zeer veel aan hun aanwezigheid en gastvrijheid gehad! Er is geen moment van verveling geweest; altijd was er vanalles te beleven!

Bolivia is in mijn ogen het mooiste land dat ik ooit bezocht heb. Vooral de grote verscheidenheid aan landschappen heeft een grote indruk op mij nagelaten. Zoals de Trotter het zo goed verwoord is Bolivia ‘een land waar het onmogelijke mogelijk is en het mogelijke onmogelijk’ of in Maarten zijn woorden ‘wat een land!’. Met heel wat heimwee zal ik vanaf volgende week terug het wel en wee van hier weer vanachter mijn computerschermpke moeten volgen…

Sara en Maarten héél hard bedankt voor alles! Jullie hebben er een onvergetelijke en ongelofelijke reis voor mij van gemaakt!

Triptips

Tuesday, March 6th, 2007

FamilieportretZoals de meesten onder jullie wel weten had ik (Sara) tot 22 februari mijn ouders en Edith op bezoek. Het was een fantastisch weerzien! De eerste dagen hebben we vooral lekker gegeten, veel gedronken, genoten van elkaars gezelschap, Santa Cruz verkend en bijgebabbeld. Maar samen met hen, hebben Tinne en ik ook een prachtige reis gemaakt doorheen Zuid-West Bolivia.

Eerst hebben we 2 dagen halt gehouden in Sucre. Heel toevallig was Maarten ook daar voor zijn werk, zodat we s´avonds met zijn allen konden gaan eten, een pintje pakken… Op zaterdag zijn we richting Uyuni gegaan, zodat we op zondag aan een vierdaagse over de Salar en langs de laguna´s konden beginnen. Aangezien ik in december de toer pas had gedaan met Maarten dacht ik dat ik het niet meer zo spectaculair zou vinden, maar dat was mis gedacht. Het was onbeschrijfelijk mooi!

Salar de Uyuni

Salar de UyuniTijdens onze toer sliepen we ´s avonds in primitieve gebouwtjes. Overdag toerden we met ons vijven, onze gids Ambrosio en kokkin Agostina rond in de jeep langs verschillende laguna´s, geisers, thermale waters… Onderweg werden we begroet door fraai versierde lama´s, vicuñas (een beetje zoals een lama, maar wat eleganter en wild), viscachas (een soort wilde konijntjes), struisvogels, flamingo´s… Het waren vier heerlijke dagen.

LandschapOp de terugweg zijn we nog even in Sucre gestopt en vervolgens via Santa Cruz naar Samaipata vertrokken om zo de Carnavalsdrukte van Santa Cruz wat te ontvluchten. Dat onze trip naar Samaipata niet van een leien dakje verliep, konden jullie in een eerder berichtje al lezen. Het weer zat ook niet echt mee, waardoor we gedoemd waren het grootste deel van onze dagen daar door te brengen op glaasjes (schuim)wijn, Yahtzee en Boonanza, wat eigenlijk ook wel leuk was.

papaHet afscheid op de luchthaven viel me weer zwaar en ik ben dan ook heel blij dat Tinne nog steeds bij ons is! Lieve ouders Edith, nog eens bedankt voor de mooie reis, jullie fijne gezelschap en alles wat jullie bij hadden voor ons!

Voor de geinteresseerden: alle foto´s van onze trip vind je hier.

Sucre bis

Sunday, February 11th, 2007

Er heerste weer even stilte op Blogivia. Dit had alles te maken met een verblijf van enkele dagen in Sucre: Maarten voor zijn werk en Sara op vakantie met haar ouders, Tinne en Edith. Het kwam mooi uit dat Maarten enkele dagen op het kleine CIPCA-kantoortje in Sucre aan de slag ging net op het moment dat het reisgezelschap de tenten voor een paar dagen in deze stad opsloeg om wat aan de hoogte te wennen en wat aan sightseeing te doen vooraleer door te reizen naar Uyuni en zijn Salar.

Maar het ging allemaal niet van een leien dakje. Wegens de regen in Sucre werd de vlucht van Sara en co net na het opstijgen teruggeroepen naar Santa Cruz. Grappig genoeg duurde het wel een kwartier na het landen voor iemand van het reisgezelschap doorhad dat ze niet in Sucre waren geland, maar wel terug op Viru Viru International stonden, de luchthaven van Santa Cruz. En ze vonden nog zo dat de luchthaven van Sucre zo hard leek op die van Santa Cruz…

Met een dag vertraging waren we dan toch verenigd in Sucre. Maarten ging overdag werken en de anderen hebben de marktjes, souvenirwinkels, kerkjes en het mooie textielmuseum van Sucre verkend (hoewel Sara deze al wel kende van onze vorige passage in Sucre, nog niet zo lang geleden). Af en toe regende het een beetje, maar het was toch vooral genieten van mooie lenteweertje dat er meestal heerst in de Valles, de regio tussen de laagvlakten en de hoogvlakte. En het was natuurlijk ook heel fijn om na zo’n lange tijd nog eens van elkaars gezelschap te genieten.

Vanmorgen zijn de Vlaamse viajeros per bus vertrokken naar Uyuni om de Salar en ruime omgeving te verkennen. Maarten is vanmiddag terug naar Santa Cruz gevlogen. Vanwege de evaluatie op maandag werd er vandaag uitzonderlijk ook op zaterdag gewerkt. Omdat er buiten Maarten niemand met de grote plotter overweg kan (om kaarten en affiches af te drukken) zat er niets anders op dan wat weekendwerk te presteren, wat de collega’s wel meer doen maar wat Maarten probeert te vermijden.

Helaas geen foto’s bij dit berichtje, want Sara heeft de camera mee. Hopelijk komt ze terug met foto’s nog mooier dan die van onze trip op de Salar!

Saar en Maart op reis: Potosí, het dak van de wereld

Saturday, January 13th, 2007

Het is niet al goud wat daar blinkt

En zo kwamen we op 31 december aan in Potosí, op 4000 meter hoogte gelegen en de de hoogste stad ter wereld. Potosí ligt aan de voet van de ‘Cerro Rico’ of Rijke Berg en dat mag gerust letterlijk worden genomen. De legende gaat dat in 1545 Huallpa, een indiaan, de sporen volgde van een ontsnapte lama en zo terecht kwam op de flanken van de berg. Hij was verplicht er de nacht door te brengen en om de koude te weerstaan maakte hij een vuurtje. In het licht van het vuur zag hij schitteringen in het gesteente op de berg en zo ontdekte hij het zilver.

Nu nog, na bijna 500 jaar intensieve ontginning door indiaanse en Afrikaanse slaven, door staatsmijnbedrijven, door private mijnbedrijven en nu door mijncoöperatieven, zijn er ‘mineros’ aan het werk in de buik van de berg. En hoewel er nog wat zilver wordt gevonden, wordt er nu vooral tin, koper en lood gemijnd. In erbarmelijke omstandigheden, zoals we met eigen ogen hebben kunnen vaststellen.

Steegje met Cerro Rico

Maar eerst was er oudjaar. We aten een lekkere lamasteak en een forel op de grill en gingen in afwachting van nieuwjaar nog iets drinken in een bar waar, toevallig of niet, alleen maar alcohol op de kaart stond. Omdat de eigenaars van restaurants en café’s in Potosí liever zelf op de lappen gaan of bij hun familie willen zijn bij de overgang van oud naar nieuw, gingen de meeste drankgelegenheden voor middernacht dicht. We hebben elkaar dan maar gelukkig nieuwjaar gewenst op een bankje op het centrale plein van Potosí. Van het beschikbare dynamiet (vrij verkrijgbaar tegen een halve euro per staaf) werd gretig gebruik gemaakt om simplistisch vuurwerk af te steken.

Op nieuwjaarsdag hebben we obligaat uitgeslapen en de stad wat verkend. De volgende dag hebben we het museum in de oude munterij van Potosí bezocht: heel wat schilderijen, waaronder eentje van een Vlaming, veel oud materiaal om van zivererts munten te fabriceren en een mooie ertsenverzameling. De moeite. In de namiddag bezochten we de thermale bronnen Tarapaya, op een half uurtje van Potosí. In vroegere tijden kwamen de Incakoningen helemaal uit Cuzco in Perú naar de bronnen omdat ze geneeskrachtige eigenschappen zouden hebben. Enkele locals vertelden dat in het meertje aan de bronnen al veel vreemde verdwijningen (er zouden bvb al duizenden auto´s in verdwenen zijn) zijn gebeurd en dat het meer in het midden geen bodem zou hebben. Een duikje in het meer hebben we maar wijselijk achterwege gelaten.

Miss Dynamite

Op woensdag stond dan het hoogtepunt van ons bezoek aan Potosí op het programma: een bezoek aan de mijnen. Met enkele andere toeristen werden we door een ex-mijnwerker eerst meegenomen naar de mijnwerkersmarkt, waar de mijnwerkers hun gerief kopen alvorens af te dalen. Hier kochten we dynamiet, cocablaadjes, frisdrank en pure alcohol (96º, en ja, dat wordt puur gedronken) om te schenken aan de mijnwerkers die ons gingen ontvangen binnen in de mijn. Daarna werden we rondgeleid in een ambachtelijk fabriekje waar de metalen uit de ertsen worden gehaald.

Maar uiteraard moest het beste nog komen. In beschermende kleding en met een mijnwerkershelm-met-lamp doken we de mijn in. Nog niet zo ver in de mijn kwamen we een beeld van El Tío tegen. El Tío is een mengeling van de indiaanse god van de ‘Donkere wereld’ en de katholieke duivel. Hij is eigenaar van de mijn en haar mineralen en daarom wordt El Tío iedere vrijdag geëerd met offers van pure alcohol en cocablaadjes.

In de mijn

Dieper in de mijn werd het heel wat warmer en enorm stoffig, kropen we door een doolhof van kleine gangetjes en vroegen we ons af: “Hoe kunnen mensen hier werken?”. Maar dat is wat de 12.000 mijnwerkers in de Cerro Rico doen, dag in dag uit. Enkele van de mijnwerkers die we tegen kwamen in de mijn begonnen als mijnwerker toen ze 13 of 14 jaar oud waren. In mensonterende omstandigheden moet er in de mijn met zware boren gedrild worden, moet er dynamiet worden geprepareerd en gedetoneerd, moet er erts geselecteerd en getransporteerd worden. Het was indrukwekkend, soms wat claustrofobisch, onvergetelijk en gaf heel wat stof (ook letterlijk) tot nadenken.

Toen we terug in het daglicht stonden (écht een opluchting) hadden de gidsen nog een verrassing in petto: er werden bommen gefabriceerd met dynamiet en amoniumnitraat. Die werden aangstoken, waarna de gidsen met de bommen wegspurten om ze te verspreiden. Geeft toch een serieuze knal, zo’n dynamietstaaf…

Mirador

De volgende dag hebben we stilletjesaan de terugweg naar Santa Cruz ingezet met een prachtige treinrit tussen Potosí en Sucre, waar Ebo en Tanja, onze gastheren van onze vorige doortocht in Sucre, ons terug ontvingen. In Sucre hebben we nog rustig een dagje rondgehangen om de volgende dag terug te keren naar Santa Cruz. Het slot van een indrukwekkend reisje op de overgang van 2006 en 2007…

Saar en Maart op reis: Zuidwest-Bolivia

Thursday, January 11th, 2007

Wij

We waren van plan om na Sucre af te reizen naar Potosí, maar tijdens onze laatste dag in Sucre werden we aangesproken door Claudio en Maite, een Zwitsers-Spaans koppel. Zij waren op zoek naar mensen om samen een taxi te delen naar Potosí en van daaruit door te reizen naar Uyuni. Omdat het wel eens leuker is om met meer mensen te reizen, besloten we dan ook maar dadelijk door te reizen naar Uyuni en Potosí te houden voor de terugweg.

Zeer aaibaar, zo'n lama

Na een snelle taxirit naar Potosí en een heel mooie busrit over onverharde wegen kwamen we op tweede kerstdag aan in Uyuni. Uyuni is een klein, afgelegen stadje, waar heel wat reisagentschappen zijn gevestigd die tours aanbieden in Zuidwest-Bolivia. En daar waren we voor gekomen: Jan VP had ons met zijn foto’s van deze regio heel veel zin doen krijgen om hier ook een paar dagen rond te trekken. We hebben dus meteen een tour van 4 dagen geregeld, samen met Claudio en Maite en nog 3 Fransen.

Salarstorm

De volgende dag stond het bezoek aan de Salar de Uyuni op het programma. Dat is de grootste zoutwoestijn ter wereld en met een oppervlakte van 12.000 vierkante kilometer niet veel kleiner dan Vlaanderen. De Salar maakte ooit deel uit van een groot meer waarvan ook het Titicacameer een overblijfsel is. Hij is gelegen op 3650 meter hoogte, groeit nog elk jaar en bevat zo’n 10 miljard ton zout, wat er wel aan te zien is: alles wit en vlak zo ver je kan kijken. Hier en daar zijn er wel eilandjes, zoals het fotogenieke ‘Viseiland’ met al zijn cactussen. Vanuit de verte lijken deze eilandjes in de lucht te zweven en met een staalblauwe hemel en prachtige, helderwitte wolkenplukken vormen ze een ongelooflijk kijkspel.

´s Avonds maakten we kennis met de accommodatie in deze hoog- en afgelegen regio: geen electriciteit en geen douche. Tijdens de winter (Belgische zomer) komen daar nog de vriestemperaturen bij, tot -25 ºC! Maar nu waren de temperaturen, ook ´s nachts, aangenaam fris. Onze kokkin, Delia, maakte gelukkig heel lekker eten klaar, wat het gebrek aan comfort ruimschoots compenseerde.

Landschap

De volgende 2 dagen kregen we zo mogelijk nog mooiere landschappen te zien: veelkleurige zoutmeren met flamingo’s, slapende en halfslapende vulkanen, lama’s en hun elegante neefjes, de vicuña’s, vreemde planten en vreemdgevormde rotsen en altijd die staalblauwe hemel. Door de vulkanische activiteit in het gebied komen er ook geisers, fumarolen en thermische bronnen voor. De geisers, die we de derde dag in alle vroegte bezochten, waren ook een ongelooflijk schouw- en luisterspel. Omdat het onmogelijk is alles wat we gezien hebben in woorden te vatten, nodigen we jullie uit het fotoalbum eens te bekijken.

3 op een rij

Terug in Uyuni profiteerden we nog wat van het mooie weer door een terrasje te doen en aten we een echte Boliviaanse pizza, met gedroogd lamavlees en maïs. De volgende dag, de laatste dag van 2006, zijn we dan vertrokken naar Potosí, de hoogste stad ter wereld. Hoe het ons daar verging lees je in een volgend postje.

Saar en Maart op reis: Sucre

Thursday, January 11th, 2007

Tijdens onze reis hebben we eerst halt gehouden in de eigenlijke hoofdstad van Bolivia: Sucre. In tegenstelling tot Santa Cruz is het een hele mooie stad met vele koloniale gebouwen en tevens de belangrijkste universiteitsstad van Bolivia. Sucre herbergt een van de oudste universiteiten van Zuid-Amerika.

Teatro Gran Mariscal

In het totaal hebben we 5 dagen doorgebracht in Sucre. We logeerden er bij Ebo en Tania; een aangenaam Duits-Boliviaans koppel. Zij hebben 2 prachtige gastenkamers met een fantastisch uitzicht over de stad. Maarten en ik voelden er ons meteen thuis.

´s Morgensvroeg

De kerstdagen waren heel speciaal voor ons en zullen we niet snel vergeten. Eerst en vooral komen rond de kerstperiode de mensen van het platteland als mieren naar de stad op zoek naar een kerstaalmoes. Overal krioelde het van de kromme oude vrouwtjes vergezeld van kleine kindjes met uitgestoken hand. Al die bange kindergezichtjes die hopen op een kerstcadeautje en daarvoor deze periode noodgedwongen op straat doorbrengen; pijnlijk om te zien.

24 december zelf hebben we een mountainebike-tocht gemaakt met een lokale gids naar ´7 cascadas´oftewel de 7 watervallen. Op de heenweg zijn we langs Dino-Valley gefietst; een plaats waar je nog echte dinosaurusvoetafdrukken kan aanschouwen.

Dinofoon profiel

De laatste stuk naar de watervallen zelf bestond uit een 20-tal minuten stevig bollen, wat ons deed vrezen voor de terugweg. En de terugweg was zwoegen… 45 minuten stijl omhoog met de fiets en daarna nog een aantal kilometers tot in Sucre. We waren kapot en ´kerstavond´ moest nog beginnen. Hopelijk lag dit niet alleen aan de slechte staat van onze conditie maar ook aan de hoogte.

Terug in ons hotelletje werden we door Ebo en Tania uitgenodigd om kerstavond met hun gezin door te brengen. Deze kans hebben we met beide pollekes aangegrepen. Het was een heel gezellige avond met kip met mosterd, veel kaarsjes en Duitse kerstmuziek.

Kerstdag hebben we gewoon wat rondgehangen en genoten van het heerlijke klimaat van Sucre. Meer foto’s van ons verblijf in Sucre vind je hier. Over onze volgende halte - Uyuni, zijn zoutvlakte en adembenemende laguna´s - lees je snel meer in ons volgende postje.

  • Blijf op de hoogte


    Blogivia per email
    RSS Feed Blogivia per RSS
    RSS Feed Nieuwe foto's
    GeoRSS Foto's GeoRSS foto's
    Google Earth kml
  • You are currently browsing the archives for the Reis category.

  • Foto's

    loading
  • Archief

  • Onderwerpen