Lessen van Herman Daly
Wednesday, March 28th, 2007
In de nieuwe MO* (met op de voorpagina een mooie foto van oude bekende Brecht Goris, zie ik net) staat een interview met Herman Daly, een Amerikaanse economieprofessor en ex-medewerker van de Wereldbank. Hij is grondlegger van de ecologische economie, medebedenker van het begrip oneconomische groei en ontwerper van de index voor duurzame economische welvaart.
Enkele lessen uit het interview:
- Meer economische groei zorgt niet langer voor een rijker en beter leven. Integendeel, de economische groei van vandaag zorgt voor stijgende sociale en milieukosten die jammer genoeg moeilijk te meten zijn en die slechts zelden in overweging worden genomen.
- De doorgedreven automatisering heeft gezorgd voor een stijgende werkloosheid. Automatisering zou moeten beperkt worden en laagbetaalde en arbeidsintensieve banen moeten geherwaardeerd worden (een goed voorbeeld zijn de diestencheques).
- Grondstoffen en energie zouden duurder moeten worden, waardoor we zouden evolueren van een economie van vervangen naar een cultuur van herstellen en recycleren.
- Daly stelt de vraag wat het beste zou zijn voor de wereld: dat het Noorden zoveel mogelijk groeit, zodat ontwikkelingslanden er veel kunnen uitvoeren en veel investeringen kunnen aantrekken, of dat het Noorden zijn groei beperkt, zodat de ontwikkelingslanden een groter deel kunnen gebruiken van wat de aarde ons aan diensten en goederen ter beschikking stelt. De heersende gedachte is nog steeds dat de eerste situatie de voorkeur moet genieten, terwijl dat dit overduidelijk geen houdbare situatie is.
- De economie groeit in een eindige biosfeer, de Aarde, en daarom moet er erkend worden dat de doctrine van alsmaar meer groei, tot in het oneindige, moet verlaten worden. Maar hiervoor is een verschuiving nodig van technisch naar ethisch denken en van efficiëntie naar rechtvaardigheid. En voorlopig zijn deze verschuivingen in de politieke wereld nog niet ingezet.
- De klassieke nationale boekhouding (met onder andere de berekening van het BNP) zou moeten aangevuld worden met een boekhouding van natuurlijke rijkdommen en met een boekhouding van de afvalstromen. Een voorbeeld van dit laatste is de toepassing van het Kyotoprotocol, dat de instelling van een nationale koolstofboekhouding betekent.







