Ik heb net het boek ‘De Conquistadores’ van Michael Wood uitgelezen (het boek is de literaire vorm van een tv-serie die onlangs op Canvas te zien was). Tot nu toe gingen er bij mij enkel kleine belletjes rinkelen bij de namen Cortez en Pizarro als het over de verovering van Zuid-Amerika ging, het werd dus wel eens tijd dat ik wat meer te weten kwam over deze cruciale periode van het continent waar ik nu woon.
In het boek worden aan de hand van historische verslagen en heel wat afbeeldingen de avonturen beschreven van de 2 eerder genoemde conquistadores: Hernán Cortez, die de Azteken in Mexico overwon, Francisco Pizarro, die hetzelfde deed met de Incas in Perú en Bolivia. Het zijn ongelooflijk boeiende verhalen over de eerste contacten tussen verschillende culturen, verteld vanuit het gezichtspunt van beide kanten. Ook is het impresionant om te lezen hoe de Spanjaarden met zo weinig manschappen hele beschavingen ten gronde richtten.
Maar de twee andere verhalen in het boek vond ik nog boeiender. Het eerste gaat over Francisco Orellana. Hij ging samen met Gonzalo Pizarro, halfbroer van Francisco Pizarro, op zoek naar El Dorado, de legendarische Gouden Stad waarvan de heerser zich iedere morgen met goudstof zou laten bedekken. Ze vertrokken vanuit de Andes in Ecuador naar het oosten, maar algauw raakte de expeditie verdeeld en Orellana vaarde uiteindelijk in een half jaar de hele Amazone af in zelfgebouwde boten.
Het laatste verhaal tenslotte gaat over Alvar Núñez Cabeza de Vaca. De eerste keer dat ik van hem hoorde was aan de Iguazuwatervallen op de grens van Brazilië en Argentinië: de ontdekker van de watervallen bleek letterlijk ‘Koeienkop’ te heten. Ik wist helemaal nog niet dat Cabeza de Vaca niet alleen in Argentinië had rondgetrokken, maar ook als eerste Europeaan door wat nu de zuidelijke Verenigde Staten zijn en Noord-Mexico was getrokken en ook als één van de eerste etnografen en antropologen kan beschouwd worden.
Cabeza de Vaca kwam in 1528 aan in Florida en leed enkele maanden later schipbreuk voor de kust van Texas. Van de 300 mannen van de expeditie zouden er uiteindelijk maar 4 overblijven. De schipbreuk was het begin van een zwerftocht van meer dan acht jaar, dat achteraf door Cabeza de Vaca zelf werd neergeschreven. Tijdens zijn tocht gedroeg Cabeza de Vaca zich niet als de andere conquistadores: hij sloot vriendschap met de indianen die hij onderweg tegenkwam, leefde met en zoals hen, werd door de indianen als genezer beschouwd en hij beschrijft de indianen als gelijken van de Europeanen.
Na 8 jaar ontmoet hij voor de eerste keer terug landgenoten aan de kust van Stille Oceaan in West-Mexico. Hij keert terug naar Spanje om enkele jaren later weer naar Zuid-Amerika terug te keren als gouverneur van Rio de la Plata (hedendaags Argentinië en Paraguay). In deze periode ontdekte hij de watervallen van Iguazu. Zijn politieke leven was echter geen succes en uiteindelijk stierf hij arm en beroofd van zijn adelijke titels in Valladolid, Spanje.
Cabeza de Vaca was geen archetypische conquistador (misschien ook wel uit noodzaak) en probeerde de indianen die hij op zijn tochten tegenkwam eerder te begrijpen en met hen mee te leven dan hen te overheersen. Een zeldzaam lichtpuntje in een donkere periode voor het Amerikaanse continent…