Dit weekend gaan we het carnaval in Santa Cruz ontvluchten. Carnaval in Santa Cruz (en in mindere mate ook in andere Boliviaanse steden) is vooral een kwestie van elkaar 4 dagen lang natspuiten, bekogelen met water- en/of verfballonnen, veel te luide carnavalmuziek, paraderende ‘koninginnen van het carnaval’ en veel drank(ge)(mis)bruik. Hier passen we dus voor.

We gaan de komende vier dagen nog eens naar Samaipata, wat ‘rustplaats in de bergen‘ betekent. Na onze avonturen met ons Suzi tijdens onze reis naar Tarija hadden we besloten om toch nog enkele reparaties uit te laten voeren aan ons jeepje alvorens de rit naar Samaipata aan te vatten. We besloten Suzi achter te laten in een officiele Suzuki-garage. En zo botsten we toch op een serieus cultuurverschil…
De meeste mensen met een auto in Santa Cruz doen voor de herstellingen aan hun auto beroep op iemand die ze kennen: er zijn enorm veel mensen die wat bijverdienen als automechanicus en als je zo iemand als vriend hebt dan is die ‘de confianza’, wat zoveel betekent als ‘te vertrouwen’. Maar je weet natuurlijk nooit precies wat de kennis en de vaardigheden zijn van deze mensen en de laatste keer hadden we hier wat problemen mee gehad. We gingen de officiële garage dus eens testen.

Suzi had een lijstje kleine klachten (kapotte pinker, rammelende ‘chape’, kapotte thermometer, radiator die wat water verloor…), maar grote kosten verwachtten we niet. Na Suzi te hebben achtergelaten kregen we de dag erna telefoon: de garage stelde voor Suzi te herstellen voor een som van meer dan 700 dollar! Ze hadden wat mankementen vastgesteld in de motor en wouden een hele reeks onderdelen vervangen. Maarten ging daarop maar eens langs bij de garage en bleek dat de gevraagde herstellingen niet eens meer voorkwamen op de lijst met voorgestelde herstellingen. We besloten Suzi maar niet te laten herstellen in de officiële garage, maar kregen toch een rekening van 22 dollar gepresteerd (in Bolivia is het altijd een slecht teken rekeningen in dollars te krijgen, die zijn meestal veel duurder dan die in Bolivianos).
De technieker van de garage fluisterde Maarten toe dat de garage heel duur was omdat ze een ISO-kwaliteitscertificering hadden en daardoor vastgelegde procedures moeten volgen voor de herstelling van auto’s. Heel mooi, maar niet geschikt voor een jeepje van 20 jaar oud: daar moet je niet alles wat er aan rammelt gaan vervangen, want dan betaal je uiteindelijk meer dan dat je autootje zelf waard is.
Uiteindelijk heeft Barna, een collega van Maarten zijn werk, de gevraagde herstellingen gedaan voor 100 Bolivianos (nog geen 10 euro), wat minder is dan de kost van de controle in de garage.
De les die we hieruit trokken: waarom alles meteen vervangen bij het minste mankement terwijl met een beetje creativiteit een simpele herstelling kan worden gedaan? Ik denk dat deze vraag in België en het Noorden wat te weinig wordt gesteld…