De Belgische politiek lijkt de laatste tijd wat op apengapen te liggen (van hieruit lijkt het alsof er enkel op gevoelige tenen wordt getrapt en onproductief wordt vergaderd). De Boliviaanse politiek is niet veel productiever, maar wel veel dynamischer. Een overzichtje.
Eerst en vooral de grondwetgevende vergadering. Deze moest op 6 augustus van dit jaar klaar zijn met zijn werk en de nieuwe grondwet presenteren. De 255 leden van de vergadering hadden daarvoor 1 jaar en van dat jaar werd er 8 maanden gediscusieerd over het reglement van de vergadering. Er werd uiteindelijk beslist om de vergadering met een half jaar te verlengen, maar ook nu wordt ze verlamd door een discussie zonder eind.
Dit keer gaat het discussie over de hoofdstad: Sucre wil buiten de zetel van de rechterlijke macht ook de zetel worden van het parlement en de regering, La Paz wil deze bevoegdheden niet opgeven. De protestmarsen in La Paz en Sucre (zie foto) waren soms bitsig en als gevolg werd de grondwetgevende vergadering opnieuw opgeschort. Deze maandag zou er voor het eerst sinds september nog eens een plenaire zitting worden georganiseerd, maar het lijkt onwaarschijnlijk, en zelfs onmogelijk, dat de vergadering een goedgekeurde kladversie van de nieuwe grondwet kan presenteren op 14 december, de dag dat het verlengde mandaat van de vergadering afloopt.
Een ander punt van discussie is de hervorming van het pensioenstelsel. Tot nu toe hadden enkel mensen van 65 jaar en meer recht op een jaarlijks pensioen van 1.800 bolivianos (165 euro). Dit zal nu worden uitgebreid naar een maandelijkse toelage van 200 bolivianos (18 euro) voor iedereen van 60 jaar en ouder. Geen slechte zaak natuurlijk, maar zoals zo vaak in Bolivia komt er uit de oostelijke laaglanden een sterke kritiek op de maatregel opgelegd door de regering van president Morales.
Het geld voor deze hervorming zal namelijk komen uit de inkomsten van de herziene contracten voor olie- en gaswinning met grote multinationals (de zogenaamde ‘nationalisering’ van de olie- en gasindustrie). Tot nu toe gingen deze inkomsten naar de besturen van gemeenten en departementen. Door de nieuwe regeling zien deze nu een derde van hun budget uit deze bron verdwijnen. De gemeenten en departementen uit het oosten van het land beschouwen dit als een zoveelste aanslag op hun claim voor meer autonomie door het centrale bestuur in La Paz.
De regering wordt door de oppositie en haar tegenstanders in Oost-Bolivia ook als schuldige aangewezen voor de inflatie waar het land de laatste maanden mee te kampen heeft. De prijzen van heel wat basisproducten zijn de hoogte ingegaan door hoge prijzen op de wereldmarkt en slechte oogsten door ongunstige weersomstandigheden eerder tijdens het jaar (in februari had het land te kampen met ernstige overstromingen). De lonen daarentegen zijn niet gestegen, waardoor de koopkracht sterk is gedaald. Bovendien is er door een slecht beheer van het staatsoliebedrijf YPFB een tekort aan diesel (in Bolivia uitgesproken als ‘djesel’) met lange rijen aanschuivende vrachtwagens aan de pompen tot gevolg (zie foto).
De nieuwe grondwet die er maar niet lijkt te komen, de regering die zonder veel overleg beslissingen van bovenaf oplegt en de soms overdreven reactie daarop vanwege oppositie en politieke en civiele leiders in het oosten van het land en de algemene onvrede onder de bevolking hebben er voor gezorgd dat er de laatste tijd weer heel wat stakingen, protestbetogingen en wegblokkades waren. Het ziet er niet naar uit dat de genoemde problemen snel zullen worden opgelost en Bolivia lijkt dan ook een woelige periode tegemoet gaan.