Saar en Maart op reis: Potosí, het dak van de wereld

Het is niet al goud wat daar blinkt

En zo kwamen we op 31 december aan in Potosí, op 4000 meter hoogte gelegen en de de hoogste stad ter wereld. Potosí ligt aan de voet van de ‘Cerro Rico’ of Rijke Berg en dat mag gerust letterlijk worden genomen. De legende gaat dat in 1545 Huallpa, een indiaan, de sporen volgde van een ontsnapte lama en zo terecht kwam op de flanken van de berg. Hij was verplicht er de nacht door te brengen en om de koude te weerstaan maakte hij een vuurtje. In het licht van het vuur zag hij schitteringen in het gesteente op de berg en zo ontdekte hij het zilver.

Nu nog, na bijna 500 jaar intensieve ontginning door indiaanse en Afrikaanse slaven, door staatsmijnbedrijven, door private mijnbedrijven en nu door mijncoöperatieven, zijn er ‘mineros’ aan het werk in de buik van de berg. En hoewel er nog wat zilver wordt gevonden, wordt er nu vooral tin, koper en lood gemijnd. In erbarmelijke omstandigheden, zoals we met eigen ogen hebben kunnen vaststellen.

Steegje met Cerro Rico

Maar eerst was er oudjaar. We aten een lekkere lamasteak en een forel op de grill en gingen in afwachting van nieuwjaar nog iets drinken in een bar waar, toevallig of niet, alleen maar alcohol op de kaart stond. Omdat de eigenaars van restaurants en café’s in Potosí liever zelf op de lappen gaan of bij hun familie willen zijn bij de overgang van oud naar nieuw, gingen de meeste drankgelegenheden voor middernacht dicht. We hebben elkaar dan maar gelukkig nieuwjaar gewenst op een bankje op het centrale plein van Potosí. Van het beschikbare dynamiet (vrij verkrijgbaar tegen een halve euro per staaf) werd gretig gebruik gemaakt om simplistisch vuurwerk af te steken.

Op nieuwjaarsdag hebben we obligaat uitgeslapen en de stad wat verkend. De volgende dag hebben we het museum in de oude munterij van Potosí bezocht: heel wat schilderijen, waaronder eentje van een Vlaming, veel oud materiaal om van zivererts munten te fabriceren en een mooie ertsenverzameling. De moeite. In de namiddag bezochten we de thermale bronnen Tarapaya, op een half uurtje van Potosí. In vroegere tijden kwamen de Incakoningen helemaal uit Cuzco in Perú naar de bronnen omdat ze geneeskrachtige eigenschappen zouden hebben. Enkele locals vertelden dat in het meertje aan de bronnen al veel vreemde verdwijningen (er zouden bvb al duizenden auto´s in verdwenen zijn) zijn gebeurd en dat het meer in het midden geen bodem zou hebben. Een duikje in het meer hebben we maar wijselijk achterwege gelaten.

Miss Dynamite

Op woensdag stond dan het hoogtepunt van ons bezoek aan Potosí op het programma: een bezoek aan de mijnen. Met enkele andere toeristen werden we door een ex-mijnwerker eerst meegenomen naar de mijnwerkersmarkt, waar de mijnwerkers hun gerief kopen alvorens af te dalen. Hier kochten we dynamiet, cocablaadjes, frisdrank en pure alcohol (96º, en ja, dat wordt puur gedronken) om te schenken aan de mijnwerkers die ons gingen ontvangen binnen in de mijn. Daarna werden we rondgeleid in een ambachtelijk fabriekje waar de metalen uit de ertsen worden gehaald.

Maar uiteraard moest het beste nog komen. In beschermende kleding en met een mijnwerkershelm-met-lamp doken we de mijn in. Nog niet zo ver in de mijn kwamen we een beeld van El Tío tegen. El Tío is een mengeling van de indiaanse god van de ‘Donkere wereld’ en de katholieke duivel. Hij is eigenaar van de mijn en haar mineralen en daarom wordt El Tío iedere vrijdag geëerd met offers van pure alcohol en cocablaadjes.

In de mijn

Dieper in de mijn werd het heel wat warmer en enorm stoffig, kropen we door een doolhof van kleine gangetjes en vroegen we ons af: “Hoe kunnen mensen hier werken?”. Maar dat is wat de 12.000 mijnwerkers in de Cerro Rico doen, dag in dag uit. Enkele van de mijnwerkers die we tegen kwamen in de mijn begonnen als mijnwerker toen ze 13 of 14 jaar oud waren. In mensonterende omstandigheden moet er in de mijn met zware boren gedrild worden, moet er dynamiet worden geprepareerd en gedetoneerd, moet er erts geselecteerd en getransporteerd worden. Het was indrukwekkend, soms wat claustrofobisch, onvergetelijk en gaf heel wat stof (ook letterlijk) tot nadenken.

Toen we terug in het daglicht stonden (écht een opluchting) hadden de gidsen nog een verrassing in petto: er werden bommen gefabriceerd met dynamiet en amoniumnitraat. Die werden aangstoken, waarna de gidsen met de bommen wegspurten om ze te verspreiden. Geeft toch een serieuze knal, zo’n dynamietstaaf…

Mirador

De volgende dag hebben we stilletjesaan de terugweg naar Santa Cruz ingezet met een prachtige treinrit tussen Potosí en Sucre, waar Ebo en Tanja, onze gastheren van onze vorige doortocht in Sucre, ons terug ontvingen. In Sucre hebben we nog rustig een dagje rondgehangen om de volgende dag terug te keren naar Santa Cruz. Het slot van een indrukwekkend reisje op de overgang van 2006 en 2007…

One Response to “Saar en Maart op reis: Potosí, het dak van de wereld”

  1. Blogivia » Blog Archive » Feliz navidad Says:

    […] als vorig jaar trekken we er met de eindejaarsperiode vandoor. We hebben ons jeepke laten nakijken en hebben onze […]

Laat een reactie achter