Dromen en luciditeit Hoofdstuk 4: Andere culturen Hoofdstuk 3 << Hoofdstuk 4 >> Besluit
[ menu ]
Titelblad
Inhoud
Voorwoord
Inleiding1. De slaap
Besluit
2. Droom
3. Lucide dromen
> 4. Lucide dromen in andere culturen <4.1. Oudheid
4.2. Amerikaanse Indianen
4.3. Senoi
4.4. Boeddhisme
Bibliografie
4. Lucide dromen in andere culturen
Andere culturen gaan op een heel verschillende manier met (lucide) dromen om. De kennis die men nu heeft, is voor grote delen te danken aan tradies van natuurvolkeren en van de Indianen in Noord-Amerika. En ook in de oudheid wist men op doeltreffende wijze gebruik te maken van de kracht van dromen.
4.1 Oudheid
Zowel de oude Grieken, de Egyptenaren, de Hebreeërs, Indiërs, Chinezen als Japanners hadden (of hebben nog steeds) speciale kloosters voor pelgrims naartoe gingen. Zij deden dan aan droomincubatie, een verzamelnaam voor technieken die het mogelijk maken de inhoud van dromen te bepalen. Hun doel was om hun eigen godheid te ontmoeten.
Met diepe concentratie, totale ontspanning en verschillende rituelen prentten de deelnemers zich in dat ze een visioen zouden krijgen van een godheid. De pelgrim verwachtte uit zijn visioen advies, hulp en genzing te krijgen. En inderdaad, bijna alle deelnemers kregen de verwachte droom met het gewenste resultaat (alhoewel ze zelf zouden zeggen dat het geen droom was). Deze technieken voor het opwekken van dromen over een bepaald onderwerp bestaan vandaag nog altijd, en worden nu suggestie genoemd. De dromer droomt datgene wat hij verwacht te dromen; als men dus verwacht nuttige en aangename dromen te hebben, gebeurt dit ook effectief.
Het lukken van deze techniek hangt vooral af van de dromer zelf. Die moet ten eerste geloven dat het kán, en ten tweede zichzelf ontspannen en concentreren. De kloosters boden hiertoe veel mogelijkheden en de aanwezigheid van andere pelgrims en vooral de imposante rituelen droegen sterk bij tot het succes van de droomincubatie.
4.2 Amerikaanse Indianen
De Indiaanse culturen in Amerika hadden allemaal veel aandacht voor dromen. Alhoewel hun rituelen en tradities onderling sterk verschillen, zijn er ook veel overeenkomsten tussen de verschillende stammen.
Zo zijn de dromen altijd een onderdeel van de religie: ze vormen het directe contact met het bovennatuurlijke. Dromen zijn ook helemaal verweven in het sociale systeem: de `droomuitlegger', dikwijls de medicijnman, heeft een grote status.
Het grootste verschil met de droomvisie uit de oudheid is de veel grotere vertegenwoordiging van dieren in de dromen. Bij de indianen, een natuurvolk, zijn dieren een onderdeel van het dagelijks leven, maar ook van de droomsymboliek. Verder beschouwen de indianen de dromen ook niet als bedrog, maar als een voorstelling van de spirtituele realiteit. De visioenen die elke man krijgt bij zijn adolescentie-ritueel (zie verder), zijn voor hen gewoon dromen met een zeer grote waarde.
Net als bij de pelgrims in de oudheid, wordt aan dromen veel nut toegekend. Ze kunnen namelijk dienen om de toekomst te voorspellen, maar ook voor het oplossen van psychische problemen en voor het geven van inspiratie.
De kinderen wordenvanaf de prille jeugd bewust gemaakt van het nut van dromen. Bij de overgang naar de volwassenheid is er een periode van afzondering en vasten. Dan krijgen de jonge mannen hun `visioen', waarin hen (meestal door een `voorouder' in de veschijningsvorm van een dier) verteld wordt wat hun functie in de stam word. Op later leeftijd krijgen ze nog veel meer visioenen, waaruit ze veel kennis opdoen. Ook hier geldt dus: geloven dat de nuttige droom zal komen, doet hem ook werkelijk komen. Net als bij de pelgrims is er een `culturele druk' om de droom te krijgen, en volgt er achteraf ook een beloning. Dat verhoogt blijkbaar de kans om ook werkelijk het gewenste te dromen.
De dood zien de indianen dikwijls als een soort overtreffende trap van een droom. Daar waar de droom te beschrijven is als een rivier van emoties en gebeurtenissen, is de dood een wilde zee. Dit komt sterk overeen met de visie van de Boeddhisten op de dood.
4.3 Senoi
De droomcultuur van de Senoi, een natuurvolk met ongeveer twaalfduizend leden uit het dichtbegroeide woud op schiereiland Malay in Maleisië, kan als nog verder ontwikkeld worden beschouwd dan die van de Indianen.
Vanaf de kindertijd worden de jonge Senoi's geleerd hoe ze met hun dromen om moeten gaan, en hoe ze er voordeel uit kunnen halen. Na enkele jaren vergeten ze nooit nog een droom en hebben ze geen nachtmerries meer. Elke ochtend komt de grote familiegemeenschap bij elkaar voor het bespreken van de dromen. Daarbij worden bepaalde principes en methodes steeds herhaald:
De dromer moet élk negatief in de element zien als de maifestatie van een droomvijand, en deze droomvijand aanvallen en overwinnen. Dit zorgt ervoor dat er tegen de volwassenheid praktisch geen dromen meer voorkomen met een negatieve of agressieve inhoud.
Van overwonnen droomvijanden (en ook van droomvrienden, zie verder) moet een cadeautje geëist worden dat in het wakkere leven nuttig is, bijvoorbeeld een gedicht, een oplossing voor een probleem, of een idee voor een kunstwerk.
Negatieve situaties moeten omgebogen worden tot positieve. Bijvoorbeeld: als de dromer valt, moet hij proberen te beginnen met vliegen.
Elementen in dromen die positief en vriendelijk zijn, zijn droomvrienden. Net als in het gewone leven geldt dat de relaties goed moeten onderhouden worden, en dat hoe meer vrienden men heeft, hoe beter het is.
De dromer moet steeds dankbaarheid tonen voor cadeautjes en tegenover droomvrienden.
De dromer moet streven naar zoveel mogelijk genot in de droom. Als hoogste vorm van genot geldt het orgasme.
Dat het systeem van de Senoi's werkt, is een feit. Veel moderne lucide dromers passen nog altijd de technieken van dit natuurvolk toe. In een ideale omgeving, zoals die in Maleisië aanwezig is, leiden de technieken tot dromen die steeds positiever, plezieriger en waardevoller worden.
Er zijn overeenkomsten met de droomcultuur van de Indianen, maar ook grote verschillen. De Indianen zien de droom bijvoorbeeld als een geschenk van een hogere macht, terwijl de Senoi's positieve en nuttige dromen krijgen doordat ze ze afdwingen van hun droomfiguren, of door het hen vriendelijk te vragen.
De moderne wetenschap vermoedt dat zestig tot tachtig procent van de ziektes ten minste ten dele van psychologische oorsprong is. De Senoi's hebben hier helemaal geen mening over, omdat zij het begrip ziekte gewoon niet kennen. Antropologen die jarenlang bij het volk verbleven, hebben inderdaad geen enkele lichamelijke of psychische ziekte vastgesteld. De leden van deze stam zijn werken zeer veel samen, delen hun verantwoordelijkheid en zijn zeer kunstzinning. De Senoi's zijn ook buitengewoon vreedzaam: ze hebben zeer weining drang naar bezit en leven in complete vrede met de meeste (oorlogszuchtige) volken die hen omringen.
4.4 Boeddhisme
De geestelijke discipline die de `Yogi van de slaap en droom' (leden van een bepaalde Boeddhistische sekte in Tibet) bereiken, grenst aan het ongeloofelijke. Net zoals bijvoorbeeld de Shao-Lin monniken leren om hun lichaam volledig te beheersen, leren de Yogi van de slaap en droom om hun geest volledig te controleren. Hun training in het Himalaya-gebergte gebeurt in afzondering en bestaat uit verschillende stappen.
Psychische warmte
De toekomstige monniken leren de kracht van de geest kennen door zich te bekwamen in het ontwikkelen van psychcische warmte. Door zich zeer sterk te concentreren, kunnen ze hun lichaam abnormaal lang verwarmen. Dat wordt wel duidelijk door de test die ze na deze fase moeten afleggen. De leerlingen gaan naakt buiten zitten, bij een snedige wind en temperaturen van ongeveer min vijf grade celsius. Dan trekken ze dikke doeken aan, die in ijskoud water zijn dedoopt. Pas wanneer ze zo drie doeken gedroogd hebben, zijn ze geslaagd.
De illusie van het lichaam
Na de psychische warmte moeten de leerlingen mediteren over het lichaam. Uiteindelijk komen ze tot de conclusie dat het lichaam niets meer is dan een door de geest opgeroepen illusie.
De illusie van de droomtoestand
Vervolgens worden weken besteed aan het doorgronden van de droomtoestand. De Yogi leren om meteen vanuit wakkere toestand over te gaan in een droom en om de droominhoud naar wens te veranderen. Na veel meditatie leren ze in te zien dat dromen enkel illusies zijn, net zoals het lichaam. Meer nog, ze zien geen enkel wezenlijk verschil tussen het gewone leven en dat in een droom, dus ook het leven overdag is een illusie (Alle dingen zijn van hetzelfde materiaal als dromen gemaakt.)
De toestand van helder licht
In deze toestand staat de leerling volledig open voor de helderheid van alle ervaringen. Uiteindelijk wordt het inzicht bereikt, dat dat álles deel uitmaakt van een droom van één wezen: Boeddha. Op het moment dat Boeddha wakker wordt, eindigt zijn droom en dus ook de werkelijkheid zoals wij die kennen. Op het moment dat de leerling dit volledig beseft, is hij `verlicht' en ervaart hij de éénwording met de hele wereld: het nirwana.
Bardo
Het Bardo is de toestand na de dood. Het is, volgens de Yogi van de slaap en droom, te vergelijken met een soort verlengde droomtoestand. Diegenen die hierin terecht komt en vergeet dat alle dromen slechts illusies zijn, ondergaat de meest afschuwelijke visioenen.
Bewustzijnsoverdracht in een ander lichaam
Iemand die niet vertrouwd is met Bardo wordt door de visioenen zee snel terug naar de aarde verjaagd, en reïncarneert. Enkel de Boeddhisten die een zeer hoog niveau van bewustzijn bereiken, kunnen deze viscieuse cirkel doorbreken. De anderen, die nog niet het hoogste niveau bereikt hebben, kunnen in alle rust kiezen waar en hoe ze zullen reïncarneren, en dragen dan hun bewuszijn over in hun nieuw lichaam.Door hun grote kunde op het gebied van de concentratie, is het niet verwonderlijk dat de Boeddisten zo vaardig worden met dromen. De dingen die zij bereiken, zijn echter niet mogelijk voor westerse dromers. Niet alleen moeten de kandidaten eerst een jarenlange training in concentratie en ademhaling gehad hebben, ze moeten ook hun hele leven wijden aan meditatie.
Net zoals de Senoi's hebben de Boeddhisten verschillende methodes om hun droomwereld nuttiger te maken. Het gaat meestal om technieken die we al besproken hebben, maar dan in een andere vorm. De Yogi leren bijvoorbeeld om de wezens in hun dromen gunstig te stemmen (zie de `droomvrienden bij de Senoi's), om gevaar tegemoet te treden en aan te vallen, en om geen enkele angst meer te voelen bij droombeelden. Verder is er de overeenkomst met de indianen dat de concentratie en meditatie gebeurt op in een vredige en afgelegen omgeving. De religieuze omgeving en rituelen zijn dan weer gemeenschappelijk met de droomcultuur uit de oudheid.
Dromen en luciditeit Hoofdstuk 4: Andere culuturen Hoofdstuk 3 << Hoofdstuk 4 >> Besluit